U bevindt zich op: Home Projecten en onderzoek Goede voeding voor ouderen

Goede voeding voor ouderen

Goede voeding is belangrijk om gezond te blijven. Dat geldt zeker voor ouderen omdat dit hun functioneren kan verbeteren en daarmee hun kwaliteit van leven en zelfredzaamheid. Door te weinig of ongezond te eten kunnen ouderen ondervoed raken. Dit kan ervoor zorgen dat ze minder fit of mobiel worden, en vatbaarder voor ziekten. Van de thuiswonende ouderen is 12 procent ondervoed. Bij degenen die gebruik maken van de thuiszorg is dit 35 procent. De vraag is of en zo ja, hoe dit te verbeteren is, zodat zij langer zelfredzaam kunnen blijven.

Zelfde voedingspatroon

Het RIVM heeft daarvoor in 2014 onderzocht of ondervoede ouderen anders eten dan niet ondervoede ouderen. Uit de gegevens van de meest recente voedselconsumptiepeiling onder relatief gezonde ouderen (2012) blijkt dat dit niet het geval is. Een andere studie van het RIVM, de Doetinchem Cohort Studie en een van de weinige langdurige studies naar veranderingen in leefstijl en gezondheid bij het ouder worden, geeft aan dat volwassenen van middelbare leeftijd in 10 jaar tijd wel beter zijn gaan eten, maar nog steeds niet optimaal. 

Twee oudere heren in een bakkerszaak 
Vervangen laxantia

Om te onderzoeken of gezonde voeding kan bijdragen aan een lager medicijngebruik van ouderen is in 2014 ook een verkenning uitgevoerd met laxantia als voorbeeld, omdat deze veel gebruikt worden door ouderen die last hebben van obstipatie. In deze verkenning is gekeken in hoeverre aanpassingen in de voeding een alternatief kunnen zijn voor laxantia.
Vervanging van het geneesmiddel psylliumzaad, dat door meer dan 57.000 ouderen wordt gebruikt, bleek de meest reële optie. Vervanging van de helft van de standaard dagdosis kan bijvoorbeeld door het eten van 1 pruim en het drinken van 1 glas sinaasappelsap met vruchtvlees. In theorie levert dit een kostenbesparing van circa 2,3 miljoen euro per jaar op.

Voedingsinterventies

Een andere weg om de voeding van ouderen te verbeteren loopt via zogeheten voedingsinterventies: programma’s om ouderen goed te laten eten vanuit bijvoorbeeld een GGD of zorginstelling. In 2014 heeft het RIVM hierover gerapporteerd. Het aanbod van voedingsinterventies gericht op ouderen bleek in Nederland met nog geen 20 interventies, die vaak alleen lokaal worden aangeboden, gering te zijn. De interventies zijn er vooral op gericht om chronische ziekten bij zelfstandig wonende ouderen te voorkomen, bijvoorbeeld door voorlichting. Twee derde van alle 65-plussers heeft echter al één of meer chronische ziekten. De inventarisatie laat verder zien dat het aanbod van interventies niet altijd aansluit bij de praktische problemen die ouderen ondervinden om te zorgen voor een goede maaltijd. Zo kost het doen van boodschappen meer moeite en wordt het bereiden van de maaltijd lastiger wanneer ouderen minder mobiel zijn, slechter zien, dementeren of een afname hebben in de fijne motoriek. Maatschappelijke intitiatieven, zoals bijvoorbeeld de boodschappenbus, zouden een oplossing kunnen bieden voor dergelijke praktische problemen.

 

Service